AlgemeenNieuwsoverzichtOpinie en verhaal

Column: Doe eens lief

“Doe eens lief..” zei mijn vrouw tegen mij, nadat ik flink op haar zat te mopperen omdat ik voor de zoveelste keer gestuit was op een enorme irritatie. Ze keek mij aan met haar meest lieve blik; kopje ietsjes schuin en grote, smekende ogen. Net als puppy’s altijd zo koddig kunnen doen, hunkerend naar een extra (honden) koekje of ter verontschuldiging omdat ze weer wat kapot gevreten hebben… Maar zij is geen puppy en ik moet mij gewoon kunnen irriteren in mijn relatie!

- advertentie - 

Dus ging ik door.

Dat recht heb ik. Daar heb ik voor getekend toen we ter gemeentehuis ons verbonden. Dat staat in de kleine lettertjes, ergens halverwege het contract op bladzijde 183. Stel dat ik niet de ruimte heb om mij te irriteren dan is de kans op ontploffingsgevaar aanwezig. Dan is de kans groot dat ik mijn ergernissen op anderen ga botvieren. Dan ga ik bijvoorbeeld lekker negatief reageren op Facebookberichtjes, lekker schelden en grove opmerkingen maken om de ander zo hard als mogelijk te raken. Of heel hard lachen om filmpjes waarin te zien is dat iemand in elkaar geschopt wordt. Of ik ga heel hard met de auto rijden op de linker rijbaan rijden en dan ga ik vlak achter zo’n treuzelaar rijden die niet harder wil dan 130. En in de bebouwde kom stop ik niet voor voetgangers en fietsers, nee, dan lach ik ze lekker uit omdat ze dom door de regen moeten, de sukkels. En als ze mij dan boos aankijken dan stop ik en stap ik uit om ze effe flink uit te schelden.

Wie denken ze wel dat ze zijn!

Daarom is het beter om het lekker dicht bij huis te houden. Niets is lekkerder dan je irriteren aan je partner en het is, nogmaals, ook fijner voor de buitenwereld. Dat scheelt een hoop onrust in de samenleving. En er hoeven geen campagnes meer gevoerd te worden om elkaar er nog maar eens op te wijzen dat we allemaal een onderdeel zijn in die samenleving, dat we echt van elkaar afhankelijk zijn.

“Doe eens lief zeg!”

Ze keek mij nu iets minder gezellig aan dan even daarvoor. Dit was de blik ‘mijn geduld is nu op’ en voor mij het sein dat Code Oranje was ingezet door de autoriteiten. Met andere woorden, op mijn tellen passen! Toch nam ik de gok om het recht in eigen hand te nemen, op zijn Urks zeg maar alleen dan zonder fysiek geweld: “Ja, maar dat ding ligt altijd in de weg en daarbij is het zogenaamde gemak van dat ding hoofdzakelijk ongemak!”

“Waar heb je het over?”

Haar gezicht stond nu gelijk aan het weer van de laatste weken: regen, hoosbuien en heel veel wind. Onstuimig zeg maar. Want dat is haar irritatie aan mij! Dat ik soms onduidelijk ben. En vaak afwezig,  wel fysiek aanwezig maar mentaal totaal ergens anders. Ik vind dat wel meevallen, je moet soms gewoon geduld hebben in een relatie anders komt er teveel druk op de ketel. Dat is bij ons terug te vinden in de bijlage van ons contract, aanhangsel 22D. En in aanhangsel 38F bijvoorbeeld staat dat zij het recht heeft kaarsjes te branden, onder het kopje ‘gezelligheid in huis brengen’.  En daar maakt ze ook grif gebruik van. En in aanhangsel 38G staat dat ik ze uit mag blazen wanneer het bedtijd is.

Geloof het of niet, maar ik ben soms wel twintig minuten bezig met die brand- en sluitronde!

“Ik heb het over dat mandje. Je weet wel, die mand die je ooit kreeg in je kerstpakket.” Haar gezicht klaarde ineens op want dat was haar, hoe zeggen ze dat tegenwoordig, haar ‘lievelings’. Ooit gekregen van haar baas, gevuld met crackers, paté, kaarsjes en een fles wijn. Maar bij mij stond die mand al gauw in de irritatie top 5. Vanaf de eerste dag kreeg ik ruzie met dat ding omdat het mandje in elkaar geklapt kon worden. Goed bedacht, maar het werkte niet en hij veerde altijd weer direct terug in zijn oorspronkelijke vorm waardoor de mand steeds niet zo wilde liggen als mijn bedoeling was.

Dag in, dag uit!

Zoals gisteravond, toen ik een bureaustoel op moest halen bij mijn schoonvader. Neem mijn auto maar had mijn vrouw gezegd. Door mijn timmermansoog zag ik dat de stoel precies door de deuropening van haar auto op de achterbank kon maar halverwege bleef hij ergens achter hangen waardoor ik niet door kon duwen. Uiteraard gaf ik niet op maar toen ik bijna door mijn rug ging bleek, na inspectie met de zaklamp op mijn gsm, dat de boosdoener bestond uit een dwarsliggende mand. Of zoals mijn vrouw steeds zegt, die handige mand. Nu werd ik tot waanzin gedreven en na een stevig gevecht tussen man en mand moest de mand toch het onderspit delven en verdween hij in de grijze container van mijn schoonvader. Nee, de mand haalde zelfs de recycling container niet meer!

Na haar dit verteld te hebben verdween eigenlijk direct mijn irritatie, ik voelde het zó uit mijn lijf stromen en een serene rust kwam tot mij.

Maar nu sloeg het weer om. Donkere wolken vormden zich boven Huize Veldmuis. Want het drong nu tot haar door dat het mandje niet meer een onderdeel van ons leven was. Ik had de mand al eens eerder in de container gemieterd nadat ik erover gestruikeld was maar toen heeft zij hem er direct weer uitgehaald en kreeg ik een mandvol met verwensingen over mij heen… Haar mandje, waar ze zo aan gehecht was, lag nu enkele kilometers verderop in een donkere, grijze container, te wachten op de grote grauwe vuilniswagen die het mandje met huid en haar zal op eten. Het mandje zal nooit meer parmantig aan haar linker arm hangen tijdens het boodschappen doen en slechts de herinnering zal nog meegedragen worden, herinneringen aan een mand waarin ooit, op een mooie decemberdag,  crackers, paté, kaarsjes en wijn in gezeten hebben….

“Doe eens lief!!!!!!!”

Gilde ik nu naar mijn vrouw. “Het is maar een mandje! En we hebben nog genoeg boodschappentassen, van de AH en van de Jumbo.” Mijn redding was het feit dat de eettafel tussen ons in stond waardoor het mij lukte om op haar in te blijven praten: “En wie weet krijg je dit jaar wel weer een nieuwe kerstmand van je baas! Weet je wat, ik doe wel een oproep op Marktplaats, voor een nieuwe mand!”

Het bleef nog lang onrustig….

Door: Arjen Veldhuizen

 

- advertentie - 

Gerelateerde artikelen

Back to top button