Opinie en verhaal

Column: Rare tijden

Tuinesie en Hintergarten zijn momenteel zeer gewilde vakantiebestemmingen. Dat merk ik ook in onze wijk. Kon het voorheen midden in de zomer nog doodstil zijn, nu is dat wel even anders. Overal hoor je stemmen of spelende kinderen en zelfs de caravans die bij huis ingericht moeten worden voor de vakantie, ontbreken in het straatbeeld.

- advertentie - 

De zoveelste rare gewaarwording in dit jaar.

Het houdt niet op, kijk naar de discussie ‘mondkapjes.’ Ooit zag ik die dingen in het openbaar gedragen worden in landen met veel smog of in ziekenhuizen. En nu heb ik er zelf een. Eentje van zwarte stof, gekocht in Duitsland notabene want daar móet je ze dragen in de winkels en horecagelegenheden.

Ik snap nu ook wel waarom die Duutsers toch maar steeds weer naar ons toekomen.

Wij hebben immers (nog) niet de mondkapjes plicht. Bij ‘ons’ kun je nog in winkels rondlopen zonder dat je bril beslaat of dat je het Spaans benauwd krijgt. En met het uur dat wij onherkenbaar de Duitse winkels betraden, steeg mijn bewondering, respect en ontzag voor al die mensen die dagelijks met een mondkapje hun werk moeten doen.

Dat zou toch al genoeg reden zijn om je te houden aan de RIVM-regels?

Maar het blijven rare dingen hoor! Het mondkapje wat ik heb doet mij denken aan die onderbroekjes voor honden. Kleine hondjes dan welteverstaan. Lang geleden heb ik een hondje gehad, een Maltezer. Een teefje in de kleur wit. Een collega had een nestje en aangezien ik toen in de kleine kinderen zat kon er ook nog wel een kleintje bij. De gebruiksaanwijzing had ik, zoals mannen altijd verweten worden, vluchtig gelezen. Ik gaf het beestje eten, liet haar minimaal drie keer per dag uit en zo nu en dan mocht ze onder de douche.

En om de paar maanden kreeg ze een knipbeurt.

Tot zover niks loos. Tot ik ineens bloedvlekjes op het vinyl vond. Daar had ik dus niet bij stil gestaan dat teefjes gaan lekken. Maar zoals verwacht in een land waar alles en dan ook echt alles geregeld is, hadden ze daar al een oplossing voor bedacht.

Juist, een hondenonderbroek!

Als ik daar nu aan terugdenk dan lijkt zo’n broekje verdacht veel op het mondkapje welke ik onlangs voor mijn mond bond… Je zou je maar vergissen! En Maltezer Shebeth is al een tijdje geleden gaan hemelen na het bereiken van de respectabele leeftijd van twaalf jaar. De jongens hebben haar begraven en als ik het goed begrepen heb mét haar onderbroekje aan.

Maar het zijn rare tijden.

Zo vertelde mijn vader laatst dat Kinnum, het gehucht op Terschelling waar zij wonen, Westelijk gelegen lag op ’t eiland. Aangezien mijn geografisch inzicht hier op het vaste land te wensen overlaat, was ik op Terschelling mij altijd zeer bewust van Noorden, Oosten, Zuiden en Westen. Dat was ook niet zo moeilijk want je hebt aan de ene kant van het eiland West-Terschelling en aan de andere kant Oosterend. Noord en Zuid waren dan niet zo moeilijk aan te wijzen. Maar nu bracht mijn vader mij op een dwaalspoor met zijn opmerking want in mijn beleving ligt het zuidelijk. “Maar Pa, de Randstad. Dat is toch het Westen?” Zonder ook maar even te verblikken of te verblozen zei hij:

“Ja, maar dat is anders. Dat is het Wilde Westen!”

Tja, daar heeft hij een punt. Vooral omdat daar het virus weer de kop lijkt op te steken. Ook weer niet zo gek met zo’n dichte bevolkingspopulatie. Een populatie met veel Bekende Nederlanders die tegenwoordig ook hun deskundige meningen mogen geven aan ons, klootjesvolk. Staand achter een desk of via Instagram houden ze ons op de hoogte van de criminaliteit, de kleding van de Koningin en haar dochters, de verstandhouding tussen Andre jr. en zus Roxeanne, de verstandhouding tussen Andre jr. en moeder Rachel, het miljoenen huis van Marco Borsato en over de soap rondom het roddelprogramma Veronica Inside.

En ze hebben, uiteraard, ook nog een mening over Covid 19.

Meningen die dan weer klakkeloos overgenomen worden door hun volgers. Over klakken gesproken, mijn vrouw begon ook ineens raar te doen. Tenminste, dat is mijn mening. Zij denkt er wellicht anders over. Want van de week, midden in de nacht, hoorde ik haar praten in haar slaap en ineens dat klakgeluid maken waarmee je een paard aanspoort te gaan lopen. Dat ging zo: “Tsjik, tsjik, kom maar!” Eerst dacht ik dat ik het niet goed gehoord had, dat ikzelf in een droom zat maar ze draaide zich ineens om en opnieuw maakte ze die geluiden:

“Tsjik, tsjik, tsjik, tsjik, kom maarrrr..”

Je begrijpt, ik stond binnen enkele seconden naast het bed en deed het licht aan. Geschrokken bekeek ik de situatie: “Wat heb ik nou allemaal in mijn bed liggen?” Nadat mijn ogen gewend waren aan het licht zag ik tot mijn grote opluchting enkel mijn vrouw in bed liggen. Geen paard te bekennen of iets wat kan reageren op tsjik tsjakkies. Of droomde ze over een hond die ze wil, een Labradoodle? Enigszins gerustgesteld deed ik het licht weer uit en kroop weer in bed. Wel hield ik enige afstand tot mijn bedgenote want misschien was ik zelf wel de oorzaak van deze nachtelijke escapade.

Dacht ze misschien wel dat ik het paard was…

De rest van de nacht kon ik niet meer slapen, bang dat ik ineens bestegen zou worden. Ooit had dat nog wel gekund maar toen was ik een stuk jonger. Als jonge vader heb ik regelmatig als paard gediend, op handen en knieën door de kamer kruipen met een, twee en soms drie kinderen op de rug.

Natuurlijk confronteerde ik haar de volgende morgen met mijn belevenissen maar zij maakte ervan dat ik het zelf gedroomd heb. Want ze had niks met paarden. Dat klopt. Daarom vroeg ik of ze wel goed geslapen had, omdat ze die nacht zo druk was in bed. “Ja, ik heb héél goed geslapen. Ik heb héérlijk geslapen zelfs!”

Ja, het zijn absoluut rare tijden!

- advertentie - 

Dit kan u ook interesseren

Back to top button
Close
Open chat
Tip ons!