Opinie en verhaal

Column: ‘Medemenselijkheid’ in alle soorten en maten

Een column van Arjen Veldhuizen

- advertentie -

Mijn vrouw had voorafgaand aan de kerstdagen heel veel tijd gestoken in het in kerstsferen brengen van ons huis. Zo hing er allerlei verlichting in de tuin, achter, maar ook voor het huis en vervolgens heeft ze urenlang geworsteld met het optuigen van de kerstboom in de kamer. Zij nam mij toen ongevraagd mee in haar worstelingen.

- advertentie -

Gelukkig kon ik het van mij afschrijven.

Toen alles gezellig en leuk was in huis, pakten wij onze koffer in om elders de kerstdagen door te brengen! Dat was namelijk bij mijn vader op Terschelling, zodat we elkaar wat gezelligheid konden geven. Maar daar stond geen kerstboom. Daar stond enkel een kerstster op tafel. Uit pure armoede heeft ze de kerststal van stal van zolder moeten halen en moesten we het buiten doen met een lichtslinger die achter de heg lag.

Onder de erker.

De reden van deze ‘kale’ kerstomgeving was helderder dan het zicht van mijn vader. Zijn ogen worden namelijk alleen maar slechter en lampjes, in welke vorm dan ook, brengen hem in de war wanneer hij door zijn huis loopt. Zijn huis dat hij zo heeft ingericht om zo lang als mogelijk zelfstandig te blijven. Maar als de ogen slechter worden is het toch wel een hele strijd en kunnen dingen die je zonder nadenken doet, ineens heel erg lastig worden. Zo vertelde hij dat hij daags voor ons bezoek even een rondje buitenshuis ging lopen, om de spieren in beweging te houden. Maar de laaghangende zon speelde hem parten en hij raakte toen helemaal zijn oriëntatie kwijt. Gelukkig wist hij zijn huis zonder kleerscheuren te bereiken, maar het legde hem ook weer een beperking op:
Niet alleen wandelen als de zon schijnt.
En dat betekent dat er weer een klein stukje zelfstandigheid ingeleverd moet worden. En méér afhankelijkheid zijn. Zonder die overbelichting of die lampjes weet hij zich (nog) redelijk te redden, heeft hij een vaste route om bijvoorbeeld van de slaapkamer naar zijn stoel in de erker te lopen. Voordat hij gaat zitten in zijn stoel, zet hij de rollator neer, gebruikt hij de wandelstok voor de laatste meter en hangt die vervolgens op aan de rand van het aanrecht en zakt dan achterwaarts op zijn stoel.

En dan een diepe zucht: “Ik zit!”

“Het valt niet mee, ouder worden.” Wij kunnen het alleen maar met hem eens zijn. Gelukkig kan hij nog praten als Brugman en vanaf het moment dat hij zit, staat hij aan. Want tussen de oren werkt alles nog prima waardoor we weer fijne gesprekken konden voeren. Dat verzachtte het afzien voor mijn liefhebbende vrouw, de vrouw die zo van de kerstdagen houdt.
De (laatste!) nachtmis in de kerk die mijn vader met zijn collega’s ooit gebouwd heeft, maakte ook veel goed.
Deze werd opgeluisterd door de West Aleta Singers, het mannenkoor waar mijn vader 43 jaar in gezongen heeft. Ondanks dat hij weinig zag, zagen wij hoe hij genoot. Met zijn linkerhand sloeg hij de maat en zong hij mee met de voor hem (nog) bekende liedjes. Dat was mooi om te zien, vooral omdat we allemaal bewust zijn dat zijn wereld steeds kleiner aan het worden. Dat is pijnlijk om te zien. Na de dienst kwamen enkele koorleden even bij hem langs, voor een praatje en om hem even de hand te schudden. Dat deed hem enorm goed.

Daags erna had hij het er nog over!

Dat laat maar zien hoe belangrijk menselijk contact is. Het bewijst maar weer hoe belangrijk medemenselijkheid is. Vooral nu we in onze maatschappij steeds meer gericht zijn op onszelf, het individualisme tiert welig kunnen we wel zeggen. De tactiek van ontmenselijking werd afgelopen jaar nog door enkele politici ingezet om zo ieders verantwoording om een ander te helpen, plat te slaan. Ikke, ikke en ikke, de rest kan stikken!

Om je dood te schamen!

- advertentie -

Tweede Kerstdag gingen we eten bij mijn zus en haar dochter, een vast gegeven in de afgelopen jaren. Toch ging het iets anders dit jaar, want zuslief moest werken met de kerstdagen waardoor ik de keuken in mocht, voor mij geen straf. Mijn nichtje had de tafel weer heel creatief opgeleukt en na het eten kwam ze nog met hele gezellige tasjes met hele gezellige inhoud.
Ik kreeg een kookboek: ‘Vluggertjes in de keuken’

Mijn vader genoot en wij genoten met hem mee. Er werden verhalen verteld, gezongen, gelachen en er waren zelfs een paar tranen te bespeuren. Kortom, een avond die we ons later nog lang zullen herinneren. Vooral omdat we deze tijd bewuster beleven denk ik, want met het ouder worden en het verliezen van geliefden worden we steeds vaker met de neus op de feiten gedrukt.

Het leven is eindig.

Maar tot zover de vriendelijke varianten van medemenselijkheid. Want er is, helaas, ook een schreeuwerige variant. Zo wilde ik laatst wegrijden bij de Appie, maar ik moest even wachten op een auto die wilde inparkeren. Daar had een andere auto die ook weg wilde rijden, geen geduld voor en die drukte lang op zijn claxon. Tot mijn verbazing zag ik aan het kenteken dat het een Duutser was. Dat vond ik raar, want Duitsers zijn over het algemeen een heer of dame in het verkeer, althans, dat is mijn ervaring met Duitsers. Ik reed voor hem aan en vlak voor dat ik af kon slaan bij de Welkoop om strooizand te halen, werd ik links ingehaald.

Het was die Duutser.

Uit frustratie drukte ik nu op mijn claxon en sloeg daarna af naar de parkeerplaats van de winkel. Nadat ik uitstapte, kwam ik oog in oog te staan met de nóg meer gefrustreerde Duutser. Hij was zo opgefokt dat hij de auto gekeerd heeft en achter mij aangereden is, om even verhaal te halen.

Want wie denk ik wel niet dat ik ben!

Nu is mijn Duits van zodanige slechte aard dat ik mijzelf even moest hergroeperen. Want hoe leg ik die man uit dat hij zich gedroeg als de bekende verkeershufter waar iedereen wel eens mee te maken krijgt in het verkeer. Maar wat bleek? Ik maakte mij druk om niks en kreeg weer vertrouwen in het feit dat Duitsers zich beter gedragen in het verkeer dan wij Nederlanders.
Het was namelijk een Nederlander!

- advertentie - 

Dit kan u ook interesseren

Back to top button