Opinie en verhaal

Column: ‘In de kerk is altijd werk’

Een column van Arjen Veldhuizen

- advertentie -

De ‘spreuk’ in de titel hierboven komt niet van mijzelf maar van mijn vader. Hij riep dat altijd naar ons als wij op zondagmorgen ons bed niet wilden uitkomen, want dan moesten we naar de kerk. Moesten ja, dat ging met enige dwang. Dat was ook wel weer logisch, want de katholieken waren een minderheid op het eiland en soms zaten we alleen met ons gezinnetje in de kerkbanken. Misschien hadden we daarom geen zin om te gaan. En het had ook te maken met het feit dat de leeftijdgenoten die ook van deze kerk waren, op één hand te tellen waren waardoor het voor ons jongeren niet te doen was om ruim een half uur stil te zitten ‘met al die oudjes’. Als ik voor mijzelf spreek was het enige leuke aan de kerk, de preek. Want die was meestal net even anders dan de rest van de rituelen, dat vond ik maar saai. En zingen deed ik ook niet. Nu hoefde dat ook niet want mijn vader zong zo fanatiek mee waardoor alles wat om ons heen meezong, eigenlijk overstemd werd door mijn vader. Maar goed, zodra pa vanaf beneden ongeduldig riep dat wij op moesten schieten, klaagden wij in koor (en zong ik naar hartenlust mee!) waarom we wéér naar de kerk moesten! Zijn antwoord luidde dan als volgt: ‘In de kerk is altijd werk!’

- advertentie -

Daar had je het maar mee te doen.

Maar met de jaren die voorbijgingen begon ik hem wel te begrijpen. Want de kerk was voor hem, naast het geloof (maar niet roomser dan de paus), letterlijk werk! Toen hij zich in 1957 vestigde op Terschelling en aan het werk ging als timmerman bij het bedrijfje van zijn (katholieke) oom, Regnerus van der Zee, kregen zij de opdracht om een kerk te bouwen. Want zomerdag groeide deze geloofsgemeenschap uit haar vestje door het opkomende toerisme. Dat vestje bestond in die tijd uit een ruimte in een woning op West (voor de kenners: de Storm) en de andere ruimte was de werkplaats van mijn vaders werk. Men werkte toen nog op zaterdag tot één uur en daarna werd de werkplaats schoongemaakt voor de diensten, soms wel drie keer volle bak op zondag!

Het magazijn diende als biechtstoel mocht iemand daar behoefte aan hebben.
Het geld voor de bouw werd met acties en met behulp van de andere kerken op het eiland bij elkaar gesprokkeld en eind ’59 begin ’60 begon men met bouwen. De architect had een passend ontwerp gemaakt voor deze kerk op het prille toeristeneiland; de kerk kreeg de vorm van een tent en het kreeg een rieten dak. De stalen spanten kwamen van staalbedrijf firma Gebr. Lockhorn uit Hoogezand en de kerk werd uiteindelijk ingezegend door de bisschop van Groningen.

Heerlijk al die Groninger linkjes met Terschelling!

Op de Eerste Steen stond de volgende wervende tekst: -Gij zijt niet langer vreemdelingen en gasten. Maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods- Waarmee maar weer gezegd werd dat iedereen welkom was, waar je ook vandaan kwam. De naam van de kerk stond ook dicht bij het eilander leven, de Sint Petrus de Visser kerk.

Maar ook bij ons, als gezin.

Want zolang ik leef is die kerk er al en kwam deze kerk regelmatig terug op mijn tijdlijn. Mijn vader en mijn moeder hebben heel wat uurtjes, wat zeg ik, jarenlang meegeholpen aan de ins- en outs die daarbij kwamen kijken. En er kwam wat bij kijken! Want omdat het in eerste instantie een toeristenkerk was moesten er zomerdag natuurlijk wel diensten aangeboden worden aan die toeristen. Toen bedacht men dat de pastoors en aalmoezeniers in den lande ook wel eens vakantie wilden vieren en ja, Terschelling was daar natuurlijk de perfecte plek voor. Want naast de rust die daar te vinden was, werd elk mens overweldigd door de flora en fauna van dat kleine eiland in het noorden. Op dit eiland kreeg je weer het besef een onderdeeltje te zijn van een groter plan, of je daar nu in geloofde of niet.

Een mooie plek om ook als geestelijke jezelf weer even op te laden.

Maar dan moesten ze wel in die twee weken dat ze er waren de heilige mis voorgaan. Nou, dat hebben we geweten! Ik heb in die jaren heel wat van die toeristen- pastoors en aalmoezeniers meegemaakt. Geestelijken die uit alle hoeken van ons land naar het eiland gingen om daar vakantie te houden. Dat werd onder andere allemaal geregeld door mijn ouders. Zij zorgden dat het bungalowtje/ pastorie naast de kerk schoon werd gemaakt, dat de bedden opgemaakt werden (de pastoor mocht altijd iemand meenemen, familie bijvoorbeeld), dat de gewaden van de geestelijke gewassen en gestreken waren, dat de kerk schoon was, dat de hosties aangevuld waren en wellicht de wijn (!) ook, dat het gras gemaaid was, dat de door baldadige jeugd de kapotte raampjes weer voorzien werden van nieuw glas en nog meer, veel meer.

- advertentie -

Sommigen kwamen elk jaar weer terug en daardoor ontstond er ook een soort band.
Ik heb regelmatig meegemaakt dat de pastoor dan bij ons op de koffie kwam of mee ging eten. Maar ze mengden zich ook in het eilander leven waardoor deze toeristische badgasten ook bij andere eilanders wel eens over de vloer kwamen. Of je nu geloofde of niet, dat maakte niet uit. Want men had allemaal dezelfde titel meegekregen bij geboorte: Mens!

Toen mijn ouders ouder werden nam mijn zus de drukte van al die vakantiegangers ‘uit Hogere Sferen’ over en hielden mijn ouders het enkel bij gezellige koffiemomenten en soms met een borrel met de bezoekende geestelijke. Zelf leefde ik al jaren mijn leven aan de Wal waardoor ik niet alles meer meekreeg. De namen van die mannen én vrouwen vervaagden maar de kerk bleef overeind, deed haar werk waarvoor ze ooit bedoeld was:

Een plek geven aan een gemeenschap om samen te komen.
Maar tijden veranderen. Steeds meer gelovigen geloven op hun eigen manier of ze geven het geloven op waardoor de kerken leger en leger raakten. Maar de kosten blijven bestaan en dan moeten er keuzes gemaakt worden.

De kerk staat nu te koop.

Mijn vader hoopt dit jaar 92 jaar te worden en zal dit vast nog wel meemaken dat ‘zijn’ kerk verkocht zal worden. Het was niet zijn levenswerk, maar we beschouwen het wel als een rode draad in zijn leven want hij heeft er wel een heel leven áán gewerkt.
Dus ja, in de kerk is altijd werk!

- advertentie - 

Dit kan u ook interesseren

Back to top button