Cultuur

Bert op de kovvie: “Ik vind minsen boeiend, en vooral Groningers, die hebben iets authentieks, iets moois…” – Erik Hulsegge

- advertentie -

Oldambt – In deze nieuwe aflevering van Bert op de Kovvie horen we het ongelooflijk wonderlijke verhaal van beeldend verhalenverteller in hart en nieren: Erik Hulsegge.

In de prachtige omgeving van Middelstum, midden in het Hoge Land, ontmoet Bert hem. Erik kijkt om zich heen met een blik die verraadt dat dit landschap niet zomaar decor is, maar deel van zijn hart. Het Hoge Land ademt rust, ruimte en verhalen — precies de elementen waar Erik zich thuis voelt. En dit decor is de plek waar een gesprek niet begint, maar vanzelf ontstaat.

- advertentie -

Ede Staal: de stem die blijft hangen
Nog voordat ze goed en wel op pad zijn, komt de indrukwekkende podcastserie over Ede Staal al ter sprake. Een man die iedereen hier kende: een heel bijzondere Groninger.

Erik praat niet over Ede alsof hij een onderwerp is, maar alsof hij nog met hen meeloopt. Samen met collega Rolf Schreuders maakte hij 44 afleveringen — een symbolisch getal, want Ede werd 44 jaar. Maar er hadden zeker nog afleveringen bij gekund. “Ik kom nog steeds mensen tegen die zeggen: ik heb dit verhaal nog… en ik heb dat verhaal nog…” zegt Erik. Alsof Ede’s stem nog steeds door Groningen waait.

Wat hem zo raakte in Ede? “Dat mijmerende… in zijn tuintje…” En dan, met een glimlach die verraadt hoe diep de bewondering voor hem zit: “En die timing van zijn humor… dat was goud!” Ede was een trigger voor Erik — iemand die hem liet zien hoe krachtig verhalen kunnen zijn.

Een filmische denker
Eriks eigen carrière begon klein: stukjes schrijven voor de voetbalkrant. Later kwamen de columns, de radio, de verhalen. En hoe dat schrijven dan in z’n werk gaat?

“Ik zie het echt gebeuren en dan schrijf ik het op. Ik heb een filmpje in mijn hoofd…”

Erik is een plaatjesdenker. Mensen zeiden altijd: “Je had er altied fort bild bie.”

Hij maakte live radio, luisterde naar mensen die hun kwetsbaarheid deelden. Als een gesprek goed was, werd de aflevering gewoon wat langer. Vertrouwen, openheid — dat is waar Erik op drijft. Soms moest hij slikken bij heftige verhalen. Het tekent hem: betrokken, zacht, nieuwsgierig.

Het verhaal dat hem deed slikken
Uit de vele verhalen die Erik hoorde tijdens de podcastserie, is er één dat hem nooit meer heeft losgelaten: het verhaal van een vissersvrouw uit Termunterzijl over de grootste ramp die Termunterzijl is overkomen. Haar man, kapitein van een vissersboot, kwam om toen het schip bij een Duits eilandje verging. De bemanning was net goed en wel op de reddingsboot toen een enorme, niet te stuiten golf hen alsnog meesleurde. Alle mannen kwamen om.

- advertentie -

De vissersvrouw vertelde dat ze het had voorvoeld. Dat ze die dag al wist dat er iets mis zou gaan. Als je zo iemands leed ziet, dan moet je wel even slikken. Je ziet het aan Erik: dit verhaal kwam bij hem binnen. En dit is waarom hij verhalen maakt — omdat mensen soms iets dragen dat groter is dan woorden.

Het land dat hem raakt
Tijdens de wandeling staan Bert en Erik soms stil om het Groninger landschap in zich op te nemen. In de verte ligt het land als een open boek. Erik wijst naar de horizon en somt plekjes op alsof hij ze proeft: de Stitse, Rottum, Gasthuizen…. Hij fietst graag alleen door het Groningerland. Dat is geen hobby, dat is thuiskomen. “Ik kan ontroerd raken door het landschap.” En je gelooft hem meteen. Het is liefde van binnenuit.

Twee culturen, één hart
Erik groeide op in het Oldambt, recht voor z’n raap, met een geschiedenis die je voelt in de grond. “De liefde voor Groningen, het landschap, de taal, de trots… en dat heb ik zelf ook!”

Nu woont hij in Toornwerd, waar de taal zangeriger is en mensen sneller blijven staan voor een praatje. Hij wijst naar een boerderij in de verte: “Daar woont mijn tweelingbroer.”

Dat is waarom hij het Oldambt verliet — dichter bij zijn familie zijn. Het plan was om dat pas na zijn pensioen te doen, maar toen kwam er onverwacht een huis te koop. Alles ging in een stroomversnelling.

Van radio naar gemeentehuis
De stap naar het gemeentehuis van Pekela kwam onverwacht. Voor zijn werk bij Radio Noord sprak hij eens met de burgemeester van Pekela, die hem tipte over een functie als communicatieadviseur. Juist in die tijd ging zijn compagnon bij Radio Noord met pensioen — de tip kwam precies op het juiste moment. Binnen vijf dagen was Erik ambtenaar.

Naast zijn werk bij de gemeente Pekela, schrijft hij nog steeds verhalen: zes keer per jaar een column voor de website van Bert Koster. En misschien komt er ooit nog een boek.

Aardbevingen: het land dat schudt
Tijdens de wandeling vertelt hij ook over zijn blessure, dagelijkse pijn. Hij blijft optimistisch en positief. Hij viel ooit van zolder, zegt hij bijna achteloos — alsof het een voetnoot is in een leven dat vooral draait om verhalen.

Het thema aardbevingen komt vanzelf ook om de hoek. Je ziet aan Erik dat het hem raakt. Zijn stem verandert, zijn handen vertellen mee. Hij stond ooit in de mediacentrale toen de grond weer bewoog. Angstig, onwerkelijk — en dat voel je in zijn woorden. Het is het soort verhaal dat je niet alleen vertelt, maar opnieuw beleeft.

Kovvie in een wereld van vroeger
Dan is er kovvie in het koffiehuis: een oude bakkerij uit 1680. Authentiek, warm, alsof de tijd er even stil staat. De geur van versgemalen koffie mengt zich met hout, oude stenen en een vleugje geschiedenis. “Net of je de wereld van vroeger binnenstapt.” merkt Erik op. De koffie is gebrand in Groningen-stad. Het smaakt naar thuis.

Een leven met een geheim en het wonder van een tweeling
Op zijn 17e hoorde Erik dat hij een eeneiige tweelingbroer had. Hij was geadopteerd, zijn broer ook — maar in een ander gezin. De kinderbescherming had bepaald dat hij pas later mocht horen dat hij een tweelingbroer had.

Het wonderlijke is dat Erik in zijn jeugd veel bij de familie Staal kwam, waar óók een tweeling was geboren. Erik trok veel op met Jeroen, de ene helft van de tweeling Staal. Het geheim van Eriks tweelingbroer was bekend bij de ouders Staal— maar niet bij Erik zelf.

De eerste aanwijzing
Op een dag kwam de vriendin van Jeroens tweelingbroer thuis met een verhaal: ze had “Erik” gezien op een paardenconcours in Beerta, maar hij had haar niet herkend. Ze was ervan in de war. Het bleek iemand te zijn die sprekend op Erik leek — maar het niet was. Moeder Staal reageerde daarop met: “O, dat was vast de tweelingbroer van Erik.” Ze wist niet dat Erik dit niet wist.

De onthulling
Later die week ging Erik eropuit met Jeroen. Ze praatten over hun families, zoals jongens dat doen. En toen zei Jeroen ineens: “En jouw tweelingbroer dan?” Erik keek hem aan alsof hij water zag branden. “Tweelingbroer? Ik heb helemaal geen broer joh!” Jeroen vertelde dit aan zijn ouders. Die namen contact op met Eriks ouders. En zo kwam het geheim eindelijk boven tafel.

De ontmoeting
Er werd een ontmoeting tussen de broers geregeld. En wat gaat er dan door je heen bij zo’n eerste ontmoeting? Bert vraagt het beide broers en ze geven los van elkaar bijna hetzelfde antwoord: “Je kijkt in de spiegel van jezelf. Je wéét dat het je broer is, maar je voélt het op dat moment niet.”

De tweelingbroers: opgegroeid in twee werelden: het Hoge Land en het Oldambt. Een boerenzoon en een leraarszoon. En nu: herenigd.

Tijdens het gesprek in het koffiehuis schuift de tweelingbroer van Erik inmiddels ook aan en gaat het gesprek verder over de tijd na de hereniging.

Amerika
Net na de hereniging zagen de broers elkaar nog mondjesmaat. De band werd nog niet snel heel hecht. Dit veranderde tijdens hun reis naar Amerika. Ze reisden daarheen vanwege een tweelingenonderzoek van professor Thomas Bouchard. Daar kwamen de diepere gesprekken. Ze zagen dingen bij elkaar die ze zelf ook hadden — kleine trekjes, gewoontes, manieren van kijken. Dit verdiepte de band aanzienlijk. En de conclusie van de professor? “Definitely identical twins.”

Het verhaal dat hij voorvoelde
Erik vertelt verder nog dat hij ooit iets voorvoelde wat hij niet kon verklaren. Hij was in Denemarken, op een golfbaan, met vrienden. Opeens werd hij duizelig, misselijk, onrustig. Die nacht lag hij wakker — zonder reden. Totdat hij een berichtje kreeg van zijn tweelingbroer: hij was van de zolder gevallen. Later bleek dat het ongeluk precies gebeurde op het moment dat Erik op de golfbaan stond. In zijn houding en in zijn woorden merk je de verwondering bij Erik: “Dit kun je toch niet bevatten, heel merkwaardig is het”.

Wonderlijk, maar niet toevallig?
Op de vraag van Bert of ze denken dat geloof een rol speelde in hun hereniging, antwoordden beiden nagenoeg hetzelfde: “Ik ben niet gelovig, maar ik heb wel het gevoel dat er iets meer is tussen hemel en aarde.”

Maar of ‘dat’ hen heeft samengebracht, laten ze open. Als dat wél zo is, dan heeft Ede Staal er vast een hand in gehad.

- advertentie - 

Dit kan u ook interesseren

Back to top button