Hielke Bosch met Bert op de Kovvie: ‘Je komt er wel!’
Stadskanaal In een nieuwe aflevering van Bert op de Kovvie ontmoet Bert in Stadskanaal een Groninger die niet graag bij de pakken neerzit. Hielke Bosch is presentator bij RTV1, een gedreven journalist en iemand die zich met passie inzet voor de rechten van mensen met een beperking.
Aan het kanaal in Stadskanaal begint hun ontmoeting. Bert schudt Hielke de hand. Een echte Knoalster! Of hij Grunnings spreekt? Hielke reageert gevat dat hij dat zo weinig mogelijk doet.
Al wandelend vertelt Hielke over de geschiedenis van Stadskanaal. Hij is een vlotte prater, heeft humor en weet veel over zijn omgeving. Maar achter die vrolijke, nuchtere manier van vertellen zit een man met een duidelijke missie. Hij wil dat mensen verder kijken dan een beperking. Dat ze oog krijgen voor wat iemand wél kan en dat iedereen de kans krijgt om zijn kwaliteiten te laten zien.
Dat is geen theorie voor Hielke. Hij weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het is dat mensen in je geloven. Zijn vader gaf hem daarin een belangrijke boodschap mee. In zijn poëziealbum schreef hij: “Jij komt er wel.” Die woorden zijn Hielke altijd bijgebleven, juist omdat hij ook vaak genoeg te horen kreeg dat iets niet kon of dat hij iets beter niet kon proberen.
Gewoon Hielke
Hielke is geboren in het Refaja Ziekenhuis in Stadskanaal, met achondroplasie, een groeistoornis die zorgt voor een andere lichaamsbouw. Hij is de enige in de familie met deze aandoening; zijn broers zijn boomlang.
Als kind ging hij naar het speciaal onderwijs. Hij heeft geen pestverleden en had naar eigen zeggen niet veel last van vooroordelen. Hielke was gewoon Hielke. Hij was al vroeg mondig en had bovendien zijn broers als bodyguards.
Ook nu laat hij opmerkingen van mensen meestal gemakkelijk van zich afglijden. Als iemand hem op straat voor lutje, kleintje, uitmaakt, voelt hij zich niet meteen beledigd. Zo praten mensen hier nu eenmaal. Hielke kent de Groningse directheid en kan daar prima mee leven.
Wat hem wél raakt, is dat mensen vaak vooral naar de beperking kijken en niet naar de kwaliteiten van iemand. Want wat kan iemand, los van zijn beperking? Of misschien nog wel belangrijker: wat kan iemand juist dóór zijn beperking?
Hielke is gewend om oplossingen te bedenken. De samenleving is immers niet voor iedereen ingericht. Toch zien werkgevers vaak vooral de belemmeringen, terwijl een kleine aanpassing soms al voldoende is om iemand een baan te laten krijgen. Hij is ervan overtuigd dat investeren in mensen loont. Niet de beperking moet bepalen wat iemand waard is, maar de persoon zelf.
Kinderen kunnen ons iets leren
Na de mytylschool ging Hielke naar het mbo in Groningen. Dat was een spannende stap uit de beschermde omgeving. Hij koos voor fotografie, omdat de opleiding journalistiek vol zat. Het was niet helemaal zijn ding, maar hij maakte de opleiding af. Daarna wilde hij nog hbo-journalistiek gaan doen, maar inmiddels was hij het vak al ingerold.
Hielke vindt het jammer dat kinderen met een beperking vaak buiten het reguliere onderwijs blijven. Daardoor missen kinderen de kans om van jongs af aan met elkaar op te groeien.
Juist kinderen zijn nieuwsgierig en stellen onbevangen vragen. Voor Hielkes neefjes en nichtjes is het heel normaal dat oom Hielke klein is. Zij vinden het juist vreemd als andere mensen hem nastaren.
Kinderen leren gemakkelijk dat mensen verschillen in mogelijkheden, achtergrond en cultuur. Daar kunnen volwassenen nog iets van leren. Als we elkaar van jongs af aan als vanzelfsprekend ontmoeten, is er later misschien minder uitleg nodig en meer ruimte voor begrip.

Eén bonk passie
Wanneer Bert en Hielke over zijn werk praten, wordt duidelijk waar zijn hart ligt. Bert ziet in hem een man vol passie. En dat klopt. Hielke houdt van verhalen maken, artikelen schrijven en presenteren. Aanvankelijk dacht hij vooral achter de schermen te werken, maar bij RTV1 ontdekte hij dat presenteren hem ook heel goed ligt.
Inmiddels werkt hij er acht jaar. Hij heeft de lokale omroep samen met een groep vrijwilligers zien groeien van een bescheiden initiatief naar een organisatie met een volwaardige televisiestudio en een hoge kwaliteit van uitzendingen.
De ruimte waar de talkshow 1 op vrijdag wordt opgenomen, laat hij met gepaste trots zien. Wat ooit een zwarte ruimte met één lamp was, is uitgegroeid tot een volwaardige studio. Ook maken ze er ieder jaar opnames voor het Sinterklaasjournaal. Met beperkte middelen weet de omroep steeds weer iets moois neer te zetten.
Je ziet Hielke genieten wanneer hij vertelt over wat er allemaal mogelijk is geworden. RTV1 voelt voor hem als zijn kindje. Hij heeft meegebouwd aan de omroep en ziet hoe het werk van de vrijwilligers steeds verder groeit. Inmiddels zijn er zelfs betaalde medewerkers en heeft de omroep een prijswinnende presentator in huis.
Hielke won namelijk de prijs voor beste presentator van de publieke lokale omroepen, toegekend door een vakjury. Ook presenteerde hij drie keer een lijsttrekkersdebat. Dat zijn momenten om trots op te zijn, al blijft hij nuchter.
Die nuchterheid heeft hij van huis uit meegekregen. Wanneer Bert vraagt of hij thuis veel complimenten krijgt, vertelt Hielke over een ontmoeting met zijn pleegvader en biologische vader na een opname. Ze gaven hem een schouderklop en zeiden kort: “Gauw door m’n jong.” Dat is typisch Gronings, vindt Hielke. Geen grootse woorden, maar laten merken dat je trots bent. De mentaliteit van: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Het houdt hem met beide benen op de grond.
‘Je kunt ‘m wel los laten lopen’
Op weg naar de kovvie maken Bert en Hielke contact met een paar dorpsbewoners die op een bankje in het centrum zitten. Ze herinneren zich de uitzending van Vandaag Inside waarin Hielke te zien was. Hun oordeel over hem is kort maar veelzeggend: “Je kunt ‘m wel los laten lopen.”
Er klinkt trots in door. Hielke voelt goed aan hoe mensen iets bedoelen. Hij weet dat een grapje niet altijd verkeerd bedoeld is en kan de directe manier waarop mensen in Stadskanaal met elkaar omgaan wel waarderen. Het is een klein moment, maar het laat iets zien van de omgeving waarin hij zich thuis voelt. Je hoeft niet voortdurend op je tenen te lopen. Een grapje mag, zolang er respect onder zit.
Denken in oplossingen
Bij het City Café, vlak bij RTV1, gaan Bert en Hielke aan de kovvie. Hielke komt hier op vrijdagavond regelmatig met een collega om de uitzending van die avond nog even na te bespreken.
Bert vraagt hoe het is om dagelijks met een beperking te leven. Voor Hielke zit dat in allerlei praktische dingen. Als hij iemand een microfoon voor de mond wil houden, moet hij eerst het hoogteverschil overbruggen. Ook lichamelijk heeft hij het nodige meegemaakt. Hij is meerdere keren aan zijn knieën geopereerd en onderging in Utrecht een complexe nekoperatie. Die is gelukkig goed gegaan, waardoor hij nu kan zitten en lopen.
Toch heeft hij nog altijd last van de gevolgen. Na veel fysieke inspanning kan zijn lichaam hem terugfluiten. Na een drukke week is hij soms lichamelijk uitgeput en moet hij zijn grenzen bewaken.
Ook thuis moet hij oplossingen bedenken. In zijn huurhuis is weinig aangepast. Hij staat bijvoorbeeld te koken op twee krukjes. Hielke vertelt het bijna terloops: hij is eraan gewend en maakt er het beste van.
Maar het kost soms ook energie. Hulpmiddelen krijg je niet zomaar en er komt veel papierwerk bij kijken. Steeds opnieuw moet je uitleggen waarom iets nodig is. Daar heeft Hielke niet altijd zin in. Hij vraagt niet graag om hulp. Dat is ook een stukje trots. Hij wil niet zielig gevonden worden. Dat is het laatste wat hij zou willen.
Ontspannen doet hij door zich even af te zonderen, een boek te lezen of met zijn neefje voetbal te kijken. Ook probeert hij meer te sporten, al zijn niet alle apparaten in de sportschool geschikt voor hem. Dan zoekt hij weer naar een andere mogelijkheid. Die houding typeert Hielke. Hij ontkent niet dat zijn beperking gevolgen heeft, maar hij wil er evenmin door worden gedefinieerd.

Stel eens een vraag!
Hielke wacht niet tot zijn omgeving zich aan hem aanpast. Hij probeert zelf oplossingen te vinden. Tegelijkertijd vindt hij dat de samenleving meer verantwoordelijkheid moet nemen. Mensen oordelen vaak snel, zonder te weten waar ze het over hebben. Juist daarom pleit Hielke ervoor om eerst vragen te stellen.
Wanneer het gesprek op toegankelijkheid komt, wordt hij fel. Hij zou iedere volksvertegenwoordiger willen laten ervaren hoe het is om in een rolstoel door de eigen stad te gaan. Pas daarna kun je werkelijk iets zeggen over de toegankelijkheid ervan.
Hielke vraagt niet om medelijden. Hij vraagt om begrip, om mogelijkheden en om een samenleving die verder kijkt dan de beperking.
Dat is ook de reden waarom zijn optreden bij Vandaag Inside zo belangrijk voor hem was. In het programma, waar geregeld de spot wordt gedreven met mensen met een beperking, kon hij een weerwoord geven. Hij vond het spannend, maar zag vooral een kans om een groot publiek te bereiken dat je normaal gesproken moeilijk bereikt. Hij sprak er niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de mensen die minder gemakkelijk voor zichzelf kunnen opkomen.
Hielke pleit ervoor dat mensen met een beperking vaker zichtbaar zijn op plekken in de samenleving waar anderen hen misschien niet vanzelfsprekend verwachten. Zo kunnen ook jongeren zien wat er mogelijk is. Bert geeft aan dat deze aflevering van Bert op de Kovvie eveneens als doel heeft dat mensen met een beperking in Groningen gezien worden.
Vragen over geloof en lijden
Tijdens het gesprek komt ook het geloof ter sprake. Hielke is zelf atheïst, al heeft hij in zijn jeugd wel iets van het christelijk geloof meegekregen. Op de mytylschool zag hij kinderen met een nog ernstigere beperking. Het lijden dat hij daar van dichtbij meemaakte, riep vragen op die hem tot op de dag van vandaag bezighouden.
Toch kijkt hij met belangstelling naar mensen die wel geloven. Hij heeft gelovige vrienden en vindt het mooi om te horen hoe zij steun en houvast uit hun geloof halen.
Bert vertelt dat hij gelooft dat ieder mens door God gewenst is en dat God uiteindelijk alle dingen nieuw zal maken. Daarbij houdt hij zich vast aan de Bijbelse belofte dat God de tranen van de ogen zal afwissen. Voor Bert betekent dat dat God het lijden niet zomaar terzijde schuift, maar de mens persoonlijk ziet in zijn pijn.
Hielke blijft doorvragen. Waarom is er lijden? Wat is het nut ervan? En waarom zou God iemand met een beperking maken en hem vervolgens in een land plaatsen waar de mensen gemiddeld zo lang zijn?
Het zijn vragen waarop niet zomaar een eenvoudig antwoord bestaat. Bert ontkent het lijden niet en beweert ook niet dat hij alles begrijpt. Hij vertelt waar hij zelf zijn vertrouwen uit haalt, terwijl Hielke eerlijk blijft over zijn twijfels. Ze hoeven het niet met elkaar eens te worden om naar elkaar te luisteren.
Aan het einde van het gesprek daagt Bert Hielke uit om te blijven vragen als het gaat om de dingen van het geloof. Een uitnodiging die past bij de manier waarop Hielke in het leven staat: nieuwsgierig blijven, vragen stellen en niet te snel oordelen. Want wie blijft vragen, kijkt verder dan wat iemand niet kan. En wie verder kijkt, ontdekt hoeveel er wél mogelijk is!












































































