Video

Bert op de Kovvie: Vader en dochter; Frits en Fieke Gosselaar over taal, rechtvaardigheid en vakmanschap

- advertentie -

Oost Groningen – Op één bank zitten twee generaties Gosselaars waaraan je meteen ziet dat ze niet alleen lijken op elkaar door een bloedband maar ook door een soort stille verstandhouding. Frits en Fieke Gosselaar, vader en dochter, beide meester in de rechten en tegelijkertijd totaal verschillend in hoe ze zich uitdrukken. Waar vader een kring van mensen om zich heen kan verzamelen om zijn verhalen aan te vertellen, strooit dochter met woorden in een van haar vele boeken en dichtbundels. In die woorden ontmoeten ze elkaar, in precisie, in rechtvaardigheid en in de liefde voor de taal.

- advertentie -

Frits wordt geboren in de stad Groningen en wordt na een week meegenomen naar de boerderij in het mooie Finsterwolde. Een naoorlogs, uit de klei getrokken jongkje dat opgroeit tussen trekkers en land. Al van kinds af aan is duidelijk dat taal ertoe doet. Hij vertelt daarover: “Mijn vader die zei van; Frits nou moet je even mee lopen want ik moet even met je praten. Aan de kant van het woongedeelte bleef hij staan en zei toen: Frits moet jij eens even luisteren, vanaf nu spreek jij aan deze kant van de deze deur Nederlands. Toen gingen we naar de andere kant van de deur en zei hij; En as doe aan dizze kant van dizze deur bist, den proatst doe Grunnegs, en ik wil hier gain woord Nederlands heur’n proatn.”

Foto: ingezonden

Frits is vaak aan de andere kant van de deur te vinden, in het bedrijfsgedeelte van de boerderij. Hij zoekt de reuring op: de arbeiders, de machines. Als hij zes is, start hij al een trekker, en een jaar later komt er nog een bij. Niet zo’n speelgoedtrekker, maar eentje van zo’n 1600 kilo. Toch kiest hij niet voor het boerenbedrijf. Hij gaat rechten studeren om mensen te helpen. Om met woorden te verdedigen wie anders misschien niet gehoord wordt.

Stil vakmanschap
Tijdens zijn loopbaan wordt Frits opgeroepen voor een kort geding. De rechtbank Groningen heeft dan collega’s uit Duitsland op bezoek. “Toen werd ik ’s morgens gebeld voordat ik wegging. Ik heb gehoord, zegt de president van de rechtbank tegen mij, dat je goed Gronings spreekt. Zou je in het Gronings willen pleiten?” De raadsman van de andere partij is ook akkoord, en zo pleit Frits in het Gronings, zodat zelfs de Duitsers kunnen volgen wat in de rechtbank wordt besproken.

Uiteindelijk belandt Frits in Winschoten en bouwt daar samen met zijn vrouw een advocatenpraktijk op die 45 jaar zal bestaan. Personen- en familierecht, burgerzaken: het soort werk waar geen groot geld in zit, maar wél levensverhalen. Over zijn zaken praat hij niet. Nooit. “Gesloten boek.” Als advocaat zwijg je als het graf, maar de boerenzoon in hem verdwijnt nooit helemaal. Het insectenwereld fascineert hem en hij wordt imker. In zijn vrije tijd zie je hem rustig tussen de bijen staan. Gewoon: kijken, luisteren, zorgen. Net als vroeger op het land, waar koolzaad en mosterd wordt verbouwd en zijn vader een of twee bijenkorven op het veld heeft staan.

Foto: ingezonden

Taalverzamelaar
Daar ergens tussen het pleiten en de bijen wordt Fieke geboren en groeit op in datzelfde Finsterwolde, maar thuis wordt geen Gronings gesproken. Dat was die tijd. Dialect hoorde niet bij vooruitgang, dachten scholen. Dus leert ze het Gronings niet in huis, maar op vijftienjarige leeftijd op het voetbalveld. Tijdens dat meedoen wordt de taal haar eigen en na verloop van tijd spreekt ze het gewoon.

Ze weet al jong dat ze iets met taal wil, maar wat precies? Ze twijfelt, zoekt en besluit dan op de allerlaatste dag dat ze een keuze mag maken op school om rechten te gaan studeren. Net als haar vader. Tijdens het telefoongesprek om half twee ’s middags met vader Frits komt hun nuchtere Groningse kijk op het leven om de hoek kijken.
“Raad eens wat ik gedaan heb?”
“Dat weet ik niet, wat heb je gedaan dan?”
“Ik ga rechten studeren!”
“Prima! Dat lijkt mij geweldig.”
Geen overdonderende woorden, maar wel stille trots. Zo zit Frits nu ook op de bank naast zijn dochter Fieke, met een brede glimlach te vertellen over die ene dag waarop zijn dochter in zijn voetsporen treed.

Waar taal recht doet
Fieke studeert af en wordt jurist, maar voelt al snel dat dit niet haar eindstation is. De wet is interessant, maar taal is haar echte thuis. Ze wordt schrijver, dichter en erfgoedwerker als spreektaalfunctionaris. Haar gedichten bestaan uit minimale woorden, maar hebben maximale zeggingskracht. Korte zinnen die scherpe beelden oproepen. Ze wil geen drempels bouwen in de Groningse taal, maar bruggen. Voor kinderen, jongeren en ouderen die denken: ik kan dat niet. “Probeer het in elk geval vijf minuten,” zegt ze als mensen bij haar komen omdat ze weerstand voelen tegen het doorgeven van de taal aan een nieuwe generatie. Dit verteld ze uit ervaring als moeder; “Het is best lastig is als je gewend bent Nederlands te praten, dat je denkt: ‘Oh, maar dit is toch belangrijk om mee te geven.'”

Foto: ingezonden

In elkaars woorden thuis
Zowel vader als dochter kiezen ooit voor het recht en laten dat later weer los. Zonder spijt, maar niet zonder dat het hen vormt. Ze delen een liefde voor woorden die kloppen. Hun omgeving verbindt hen misschien nog wel het meest. Beiden zijn diep geworteld in het Groninger landschap: de polder, de wind, de ruimte. Frits houdt van “buiten”. Van de dijk, de horizon, het kijken zonder doel. Fieke houdt van de beelden die dat oproept. De woorden die daarbij horen. Ze schrijven en leven vanuit dezelfde grond, letterlijk en figuurlijk; waarbij niet meer gezegd hoeft te worden dan nodig is. Of dat nu betekent dat je 45 jaar zwijgend mensen bijstaat in juridische strijd, of dat je gedichten schrijft die in vijf woorden een heel leven vangen.

Bert op de Kovvie is een videopodcast-serie waarin Bert door het Groningerland reist op zoek naar het geloof in Groningen. Onder het genot van ’n bakkie Kovvie delen Grunnegers hun verhalen en inzichten.

- advertentie -
- advertentie - 

Dit kan u ook interesseren

Back to top button