“Ik was gek op detectives” Historicus Lammert Doedens over speuren in het verleden
Oldambt – In het Universiteitsmuseum van Groningen blijft historicus Lammert Doedens even staan in de Aletta Jacobs-kamer. Achter glas liggen medische instrumenten en documenten van de eerste vrouwelijke student van Nederland. Doedens wijst naar een vitrine en begint te vertellen.
“Vrouwen kwamen bij haar spreekuur en zeiden: ‘Goedemiddag dokter, ik ben in verwachting van de vijftiende.’ Dan gaf Jacobs ze een pessarium mee.”
Hij glimlacht bij het verhaal. Het hulpmiddel was oorspronkelijk bedoeld tegen een baarmoederverzakking, maar Jacobs adviseerde het ook als voorbehoedsmiddel. “Haar out-of-the-box-denken spreekt mij bijzonder aan.”
Samen met presentator Bert Noteboom loopt hij verder door het museum. Onderweg vertelt Doedens moeiteloos over Groningse Nobelprijswinnaars, historische anekdotes en vergeten verhalen. Geschiedenis lijkt bij hem nooit ver weg. Dat begon al vroeg.

Jeugd in Heiligerlee
“Mijn wieg stond in Heiligerlee, naast het standbeeld van Graaf Adolf.” Als kind had die plek voor hem nog geen bijzondere betekenis. Pas veel later zou de zestiende-eeuwse legeraanvoerder een centrale rol gaan spelen in zijn werk als historicus.
Thuis draaide het leven vooral om werk en politiek. Zijn vader was fabrieksarbeider en actief voor de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad. “Daar was hij trots op. Iedereen kende hem.” Soms stond er onverwacht iemand aan de deur met een probleem. “Dan ging de bel en deed ik open. Dan zeiden ze: ‘Moi Lammert, is dien pa d’r ook? Hai mout wat veur mie doen.'”
Het maakte indruk op de jonge Lammert. Volgens familieleden was hij al vroeg loyaal aan zijn vader. “Als kind schijn ik tegen mijn oom en tante gezegd te hebben: ‘Stem je ook op papa’s partij?'”
Duitse wortels
Zijn achtergrond is niet alleen Gronings. Doedens is een halfbloed. Zijn moeder kwam uit Duitsland. “Na de oorlog was er in Duitsland een groot vrouwenoverschot, omdat zoveel mannen gesneuveld waren. De mannen uit Winschoten gingen daarom op de fiets naar de kermis in Oost-Friesland.”
Daar leerden zijn ouders elkaar kennen. “Veel Duitse vrouwen zagen meer toekomst als huisvrouw in Winschoten of Heiligerlee dan als landarbeider in Duitsland.”
De geschiedenisleraar
Zijn liefde voor geschiedenis ontstond ondertussen op school. In groep vijf nam hij de geschiedenisboekjes van de onderwijzer mee naar huis. “Dat was een hele kast vol boeken. Die las ik allemaal.”
Op de MAVO ontmoette hij een docent die diepe indruk maakte. “Mijn grote voorbeeld was meneer Van der Berg. Hij ging op basis van gelijkwaardigheid met ons om. Je kon alles vragen en hij nam je serieus.”
Die houding probeerde Doedens later zelf ook in zijn lessen te brengen. Oud-leerlingen herinneren zich vooral zijn manier van vertellen. “Als Lammert begon te vertellen,” zegt een van hen, “was het alsof het verhaal op dat moment gebeurde.”
Ook op de HAVO kreeg hij een docent die zijn nieuwsgierigheid aanwakkerde. Toen Doedens hem tijdens de les corrigeerde, reageerde de leraar onverwacht.
“Hij zei: ‘Dat ga ik vanavond opzoeken.'” De volgende dag kwam de docent speciaal naar hem toe. “Hij zei: ‘Je had gelijk.’ Dat vond ik geweldig.”
Niet lang daarna besloot Doedens geschiedenis te gaan studeren.
Militair historicus
Na zijn studie in 1989 begon hij als militair historicus bij de landmachtstaf in Den Haag. Later werkte hij bij het Nederlands Leger- en Wapenmuseum “Generaal Hoefer”, waar hij dagelijks tussen kanonskogels, harnassen en zwaarden werkte. Toch kwam hij uiteindelijk weer uit bij de plek waar hij was opgegroeid.
Toen plannen ontstonden voor een museum over de Slag bij Heiligerlee, werd Doedens gevraagd mee te denken over het concept. Tijdens zijn onderzoek stuitte hij op een opvallend historisch raadsel. Niemand wist waar Graaf Adolf van Nassau begraven lag.
“Het probleem was eigenlijk,” zegt Doedens droog, “dat het niemand interesseerde.”
De zoektocht naar Graaf Adolf
Pas jaren later veranderde dat. Zestien jaar na zijn eerste onderzoek werd hij gevraagd om mee te werken aan een film over de slag. “Toen kwam ineens de vraag: waar ligt hij eigenlijk begraven?”
De zoektocht begon opnieuw. Doedens vermoedde dat Adolf mogelijk in Oldenburg was bijgezet, waar verschillende adellijke families elkaar kenden. Toen onderzoekers een muur in een verwarmingskelder openbraken, stuitten ze onverwacht op resten van een oude kerk. “Daar vonden we graven en los botmateriaal.”

Het materiaal werd onderzocht door een antropologisch instituut. Twee jaar lang probeerden onderzoekers via DNA vast te stellen of het om Adolf van Nassau ging. “Maar het was geen match.”
Voor Doedens was dat geen reden om te stoppen. Inmiddels denkt hij dat Adolf misschien begraven ligt in het Oost-Friese plaatsje Norden. “Dat gaan we volgend jaar onderzoeken,” zegt hij.
Het typeert hem: de historicus die blijft zoeken, ook als het antwoord nog ver weg lijkt.
Geloof en crisis
Die houding geldt niet alleen voor geschiedenis, maar ook voor zijn geloof. Als kind ging Doedens naar de zondagsschool en kreeg hij van zijn oma een kinderbijbel. “Die heb ik echt van kaft tot kaft gelezen.”
Later sloot hij zich aan bij het jeugdwerk van de gereformeerde kerk in Westerlee. Tijdens zijn studietijd verwaterde dat geloof langzaam. Tot een persoonlijke crisis in 2016. “Het voelde alsof ik aan een draadje weer naar de kerk werd getrokken.”
Niet lang daarna kreeg hij, midden in de coronaperiode, een hersenbloeding. Toen hij uit het ziekenhuis kwam, voelde hij vooral dankbaarheid. “Ik heb de Here bedankt dat Hij mij het leven heeft teruggegeven.”
Als historicus voelt hij geen behoefte om zijn geloof wetenschappelijk te bewijzen. “Een historicus heeft geen bewijs nodig om christen te zijn,” zegt hij. “We hebben de nalatenschap van Jezus in het Nieuwe Testament. Dat kunnen we gebruiken als een inspiratiebron.”
Blijven zoeken
Toch blijft de nieuwsgierigheid die hem als onderzoeker drijft altijd aanwezig. “In de geschiedenis verdwijnen wel vaker graven,” zegt hij. “We weten ook niet waar koning David ligt. Alexander de Grote is spoorloos. Dzjengis Khan waarschijnlijk ook.”
Hij neemt een slok van zijn koffie. Voor Lammert Doedens is dat geen frustratie.
Het is een uitnodiging om verder te zoeken.







































































