Raad vraagt college opnieuw in gesprek te gaan over Leninbeeld in Oostwold
Oostwold – De gemeenteraad van Oldambt wil dat het college opnieuw met de initiatiefnemers van het Leninbeeld bij Centrum De Graanrepubliek in Oostwold om tafel gaat. Een motie van PRO, VCP, SP en D66 kreeg woensdagavond met dertien stemmen voor en twaalf tegen een meerderheid. Het besluit over de omgevingsvergunning blijft echter bij het college.
De discussie gaat over de plaatsing van een circa negen meter hoog beeld van Vladimir Lenin bij het erfgoedcentrum in Oostwold. Het college is voornemens de benodigde vergunning te weigeren. Volgens de gemeente past het beeld niet binnen de geldende ruimtelijke regels: op deze locatie is een maximale hoogte van vijf meter toegestaan.
De motie spreekt een positieve grondhouding van de gemeenteraad uit tegenover plaatsing van het beeld. De indieners vinden dat het beeld, ondanks – of juist dankzij – de discussie die het oproept, kan bijdragen aan het gesprek over de geschiedenis van Oost-Groningen, de Graanrepubliek, het communisme en de rol van Lenin daarin.
Tegelijkertijd staat in de motie nadrukkelijk dat de raad de bevoegdheid van het college respecteert. Het college beslist uiteindelijk over de omgevingsvergunning.
“Niet vragen om voor of tegen Lenin te zijn”
Freek Kupers sprak namens Centrum De Graanrepubliek de raad toe. Hij vroeg de raadsleden om het beeld niet alleen als een losstaand standbeeld te beschouwen, maar als onderdeel van een historisch en educatief verhaal over de regio.
“Wij vragen u niet vanavond om voor of tegen Lenin te zijn”, zei Kupers. “Wij vragen u om een zorgvuldige beoordeling.”
Volgens hem is het niet de bedoeling Lenin te verheerlijken. Het centrum wil het beeld gebruiken om gesprekken op gang te brengen over de mensen die in Oost-Groningen ongeveer een eeuw geleden hoop ontleenden aan ideeën over gelijkheid en gelijke betaling. Daarbij hoort volgens Kupers ook ruimte voor de schaduwzijden van die geschiedenis en voor uiteenlopende opvattingen.
“Zie het beeld niet als een losstaand object of monument ter verering, maar als onderdeel van een educatieve of museale context over deze regio”, was de boodschap vanuit het erfgoedcentrum. Bij de plaatsing zouden onder meer een informatiebord, een educatieve route en een expositie horen.
Vragen over maatschappelijke discussie
Kupers uitte kritiek op de motivering van de voorgenomen weigering. In de beantwoording van eerdere raadsvragen werd volgens hem gesteld dat de maatschappelijke discussie rond Lenin eraan bijdraagt dat niet iedereen zich thuis zou voelen in de gemeente.
Daar staat volgens hem tegenover dat het college in antwoorden op vragen van Gemeentebelangen Oldambt stelde dat maatschappelijke discussies normaal gesproken niet worden betrokken bij de juridische beoordeling van een vergunningaanvraag. Dat kan anders zijn wanneer bijvoorbeeld de sociale veiligheid in het geding is, maar voor zulke aanwijzingen zijn volgens het college geen signalen bekend.
“Welke rol speelt Lenin dan nog in deze weigering?”, vroeg Kupers zich af.
Gemeente wist volgens initiatiefnemers al langer van plannen
Kupers stelde dat de gemeente sinds 2024 op de hoogte was van de plannen. Vanaf mei 2025 zou concreet zijn gesproken over de komst van het beeld. Ook zou het plan voor het centrum, inclusief het Leninbeeld, in mei dit jaar uitgebreid zijn besproken met wethouders en gedeputeerden.
Daarna waren er volgens Kupers ambtelijke gesprekken over de locatie, fundering en plaatsing. In die periode zou niet zijn aangegeven dat de plaatsing uitgesloten was. De hoogte van negen meter was toen al bekend.
Hij vroeg de raad hoe betrouwbaar de gemeente zich in dat licht tegenover de initiatiefnemers heeft opgesteld. Volgens Kupers is de overschrijding van de toegestane hoogte wel een reden waarom een vergunning nodig is, maar niet automatisch een reden om die vergunning te weigeren.
“Waarom kan een gebouw van negen meter wel?”
Een belangrijk punt in de bijdrage van Kupers was de vergelijking met een nieuw centrumgebouw op hetzelfde erf. Dat gebouw heeft volgens hem eveneens een hoogte van negen meter en kreeg wel een vergunning.
“Wij zeggen niet dat een gebouw en een beeld hetzelfde zijn”, benadrukte hij. “Wel willen wij weten welke concrete ruimtelijke gevolgen maken dat negen meter bij het gebouw aanvaardbaar is en bij het tijdelijke beeld niet.”
De initiatiefnemers wijzen ook op de eerdere plaatsing van het beeld in Bad Nieuweschans. Volgens Kupers blijkt uit gemeentelijke beantwoording dat daar mogelijk een vergunning verleend had kunnen worden als die was aangevraagd. Het erfgoedcentrum wil daarom weten welke bezwaren specifiek gelden voor de locatie in Oostwold.
Steun van toeristische ondernemers
Kupers bracht daarnaast een petitie van vijftien toeristische ondernemers rond het Oldambtmeer onder de aandacht. Zij zien het beeld als een kans om de vrijetijdseconomie in Oldambt te versterken.
Volgens de ondernemers kan Centrum De Graanrepubliek, samen met onder meer boerderij Hermans Dijkstra, de graansilo in Bad Nieuweschans en Museum Oldambt in Nieuwolda, bijdragen aan het vertellen van de geschiedenis van de streek. Het Leninbeeld zou bezoekers naar de regio kunnen trekken.
Het centrum had volgens Kupers twee weken voor de raadsvergadering al gevraagd om een gesprek met het college over de voorwaarden waaronder plaatsing mogelijk zou zijn. Dat gesprek had op het moment van zijn bijdrage nog niet plaatsgevonden.
PRO: “Geschiedenis mag schuren”
PRO-fractievoorzitter Hilbert Flokstra sprak zich nadrukkelijk uit voor de plaatsing. Hij stelde dat het Leninbeeld verhalen losmaakt over het communistische verleden van Oost-Groningen en de verhoudingen tussen boeren, landeigenaren en landarbeiders.
Volgens Flokstra ontstaan door het debat ook gesprekken binnen families over hun eigen verleden. Hij verwees daarbij naar familieleden met een communistische achtergrond en benadrukte dat ook de perspectieven van boeren en landeigenaren onderdeel zijn van het verhaal van de regio.
“Ik denk dat je je als raad moet gaan afvragen in wat voor land je leeft als geschiedenis niet meer mag schuren”, zei Flokstra.
Hij vindt de locatie bij een erfgoedcentrum daarbij van belang. Volgens hem wordt het beeld daar niet zonder toelichting in de openbare ruimte geplaatst, maar krijgt het een historische context. De initiatiefnemers willen verschillende perspectieven op Lenin en het verleden tonen.
VCP: “Gemiste kans voor Oldambt”
Jan Kenter van de VCP steunde de motie eveneens. Terwijl voor hem op tafel een klein Leninbeeld stond, stelde hij dat het grotere beeld jarenlang op andere locaties heeft gestaan zonder dat dit eerder tot politieke vragen had geleid. Volgens hem mag het debat over Lenin niet los worden gezien van de geschiedenis van Oost-Groningen.
Kenter wees op de verhalen van rijkdom en armoede in de regio en vroeg zich af wie die verhalen straks nog kan vertellen als de generaties die ze zelf hebben meegemaakt er niet meer zijn.
Hij noemde de voorgenomen weigering een verkeerde beslissing. “Een gemiste kans voor Oldambt om ook de schaduwkant van de geschiedenis te laten zien”, stelde Kenter. “Rijkdom en armoede van Oost-Groningen.”
CDA: juridische beoordeling moet leidend zijn
Het CDA plaatste kanttekeningen bij de motie en stelde zich achter de juridische beoordeling van het college. De fractie had eerder raadsvragen gesteld over de vergunningplicht en de visie van het college op het initiatief.
Volgens het CDA is door de beantwoording duidelijk geworden dat het beeld vergunningplichtig is en dat de aanvraag zorgvuldig is beoordeeld. De fractie gaat ervan uit dat het college juridisch juist heeft gehandeld door tot de conclusie te komen dat de aanvraag moet worden geweigerd.
In Bad Nieuweschans zou volgens het CDA een andere bestemming hebben gegolden, waarin een hoogte van negen meter mogelijk was. In Oostwold geldt het bestemmingsplan Blauwestad, met een maximale hoogte van vijf meter. “Het gaat hier in feite over de juridische situatie van de bestemming”, aldus de fractie.
Wethouder Wünker: procedure niet doorkruisen
Wethouder Erich Wünker bedankte de insprekers en initiatiefnemers voor hun bijdragen. Hij zei dat de vergadering veel informatie, afwegingen, ideeën en vragen heeft opgeleverd die het college in de komende periode kan meenemen.
Er ligt inmiddels een officiële zienswijze, waarin volgens de wethouder veel van de tijdens de vergadering gestelde vragen al zijn opgenomen. Het college gaat daar binnen de formele procedure mee aan de slag. “Ik ga die vanavond hier niet beantwoorden, want dan doorkruis ik de procedure”, zei Wünker. “En dat is volgens mij ook niet de bedoeling.”
College houdt laatste woord
Op een vraag van GBO bevestigde Wünker dat de vergunning ook na het aannemen van de motie alsnog kan worden geweigerd. Hij wees erop dat de motie zelf erkent dat het uiteindelijke besluit bij het college ligt.
“Ja, want in de motie wordt aangegeven dat het uiteindelijke besluit bij het college ligt”, aldus Wünker. “In die zin zouden wij daar inderdaad een andere beslissing kunnen nemen.”
De aangenomen motie verplicht het college dus niet om de vergunning te verlenen. Wel vraagt de raad het college opnieuw met de initiatiefnemers in gesprek te gaan, met de positieve grondhouding van de raad als uitgangspunt. De gemeenteraad wil daarna worden geïnformeerd over de uitkomsten van dat overleg en de onderzochte mogelijkheden.











































































